Voordelen van geitenmelk v.s. koemelk

Wat zijn de eigenschappen van geitenmelk?

Vergeleken met koemelk zorgen de kenmerkende eigenschappen van geitenmelk voor een aantal belangrijke voordelen, zoals:

  • Een lager gehalte aan αs₁-caseïne.
  • Dezelfde totale hoeveelheid essentiële aminozuren.
  • Een hoger gehalte aan middellange keten vetzuren (C6-14).
  • Meer geconjugeerd linolzuur.
  • Rijk aan Calcium, Fosfor, Vitamine B1, B3, B12 en Biotine.
  • Bron van Vitamine A, B2, Kalium, Magenesium en Zink.
  • Hogere taurine niveaus dan in koemelk.
  • Bevat ruim 5x meer oligosacchariden dan koemelk.
  • Uit dierstudies blijkt dat er met geitenmelkvoeding beter gebruik gemaakt wordt van de voedingsstoffen in geitenmelk dan voedingsstoffen in koemelk.
  • De opname van met name stikstof uit eiwitten in geitenmelk was groter dan van die in koemelk.
  • Nucleotide gehaltes in geitenmelk liggen dichter bij die van moedermelk.
  • Fosfolipiden gehalten liggen dichter bij moedermelk.
  • Polyamine gehalten liggen dichter bij die van moedermelk.

 

Bron: Ceballos et al, 2009, Claes et al 2014, Food Control 42 188-201, Biadala et al, 2018

Mljekarstvo / Dairy 68(4):239-253; Lee et al, 2018 Front. Pediatr. 6:313; Guiffrida et al, 2013 Lipids.; 48(10): 1051-1058; Garcia et al, 2012 Food Chem, 135(3):1777-83

 

Eiwitvertering

  • Geitenmelkeiwitten worden bijna een derde sneller verteerd dan koemelkeiwitten.
  • In vergelijking met hetzelfde eiwit uit koemelk wordt er drie keer zoveel beta-lactoglobuline uit geitenmelk opgenomen dan uit koemelk.
  • Caseïnefracties uit geitenmelk verschillen van die uit koemelk op basis van het hogere gehalte aan ß-caseïne en een lager gehalte aan αs₁-caseïne, daardoor ligt het caseïneprofiel van geitenmelk dichter bij borstvoeding. Een lager gehalte aan αs₁-caseïne geeft een zachtere wrongel die ervoor zorgt dat eiwitten lichter verteerbaar worden.
  • Caseïnemicellen uit geitenmelk zijn anderhalf keer groter dan die uit koemelk. Dit verklaart afdoende de losse en fijnere structuur van de Caseïnewrongel van geitenmelk.
  • Deze zachte wrongel wordt sneller verteerd en is daarom uitermate geschikt voor toepassing in babyvoeding.
  • De snelheid van vertering en opname van geitenmelk ligt dichter bij moedermelk.

 

Bron: In vitro studies by Almaas et al, 2006, International Dairy Journal 16, 961-968 Pintado and Malcata 2000, Bioprocess Engineering 23, 175-182, Maathuis et al. (2017), JPGN 65, 6, 661-666, Ye A, et al. Int. Dairy Journal 2019:97:76-85; Park, 2007, Claes et al 2014

 

Gaba

GABA (ƴ-aminobutyric acid), een neurotransmitter, is in hoge concentraties aanwezig in geitenmelk. GABA heeft diverse fysiologische functies, zoals regeling van de bloeddruk, immuunsysteem, insuline gevoeligheid en stress. In een recente studie is aangetoond dat het een positief effect heeft op vermindering van buikkrampen.

Bron: Limon et al, 2014 

 

Vetvertering uit geitenmelkvoeding

  • Een dubbelblind gerandomiseerde studie van 64 kinderen liet een 5% hogere opname van vet uit geitenmelkvoeding zien.
  • De kinderen in deze studie hadden spijsverteringsproblemen en een slechte vetopname vanwege een glutenallergie. Willekeurig kreeg de ene groep een dieet met geitenmelk en boter en de andere groep een dieet met koemelk en boter.

 

Bron: Hachelaaf et al, 1993

 

Medium Chain Triglycerides

Medium Chain Triglycerides (MCT) zijn ruim aanwezig in geitenmelk. Deze worden direct opgenomen en leveren direct energie omdat ze door het lichaam niet eerst via verteringsenzymen moeten worden afgebroken.

Bron: Rial et al, 2016

 

Oligosacchariden

  • Uit één studie blijkt dat geitenmelk tussen de 250 tot 330mg/L oligosachariden bevat dat lager is dan wat aanwezig is in moedermelk maar 4-5 keer hoger dan het gehalte in koemelk.
  • In een nieuwe studie, gepubliceerd in 2013 door Meyrand werden in monsters van geitenmelk niveaus gevonden op 1.17g/L en dat is bijna een viervoud ten opzichte van eerdere metingen.
  • Ofschoon de hoeveelheid oligosachariden, zoals gemeten in geitenmelk, nog steeds lager is dan de hoeveelheid in moedermelk, deelt de oligosachariden in geitenmelk vergelijkbare elementen in structuur die van belang zijn voor de bio-activiteit van oligosachariden in moedermelk.
  • Leong et al (2019) analyseerde gehaltes aan geiten oligosachariden in commerciële babyvoedingsproducten en beschreef het prebiotisch effect van deze componenten en de positieve gevolgen hiervan op de darmflora van de zuigelingen.

 

Bron: Martinez-Ferez et al, 2006), Meyrand et al),2013 Small Ruminant research, Claeys et al. Food Control 42 (2014) 188- 201; Verduci et al, 2019 Nutrients, 11, 1739; Giorgio et al 2018, Small Ruminant Research 160 23–30, Leong et al 2019 British Journal of Nutrition, 122, 441–449

 

Geitenmelk beter dan koemelk? – Eiwitvrij stikstof

  • Babyvoeding van geitenmelk bevat 10% eiwitvrij stikstof, weergegeven als een gedeelte van de totale hoeveelheid stikstof, vergeleken met 7,1% in babyvoeding van koemelk.
  • Opvolg babyvoeding van geitenmelk bevat 9,3% en opvolg babyvoeding van koemelk 7,4% eiwitvrij stikstof.
  • De eiwitvrije stikstof bestaat uit nucleotiden en nucleosiden, ureum, creatinine, polyamines en vrije aminozuren.
  • Babyvoeding van geitenmelk bevat 4mg/100ml totale nucleotide monofosfaten, alle afkomstig van geitenmelk zelf.
  • Nucleotiden en Nucleosiden zijn belangrijke bouwstenen in RNA en DNA. Door hun rol in de ontwikkeling van het immuunsysteem worden nucleotiden vaak toegevoegd aan zuigelingenvoeding.
  • Geitenmelk bevat, ten opzichte van koemelk, de hoogste concentraties aan polyamines. Deze zorgen voor optimale groei, het functioneren van het maagdarm systeem, functionering van de verteringsenzymen en het verminderen van allergie bij zuigelingen.
  • Met 30% is ureum, kwantitatief gezien, het meest voorkomende deel van de eiwit stikstof fractie van geitenmelk en voeding, gevolgd door vrije aminozuren met 7%.
  • Taurine, glycine en glutamine zuren zijn de meest voorkomende vrije aminozuren in geitenmelkpoeders.

 

Vergeleken met koemelk, heeft geitenmelk een heel verschillend profiel in de eiwitvrije fractie, met enkele andere onderdelen, zoals nucleotiden in concentraties die de menselijke borstvoeding benaderen.

Bron: Prosser et al, 2008; Journal of Food Sciences and Nutrition 59(2):123-33 Silanikove et al 2010, Small Ruminant Research 89 (2010) 110-124; Claeys et al. 2014; Food Control 42 188-201, Muñoz-Esparza et al. 2019, Front. Nutr. 6:108, 1-11 2.; Giorgio et al. 2018, Small Ruminant Research 160 23-30; 4.

 

Volwassenen voeding

De volgende eigenschappen van geitenmelk maken het geschikt voor toepassing in volwassen voeding:

  • Licht verteerbaarheid van geiteneiwit.
  • Betere biologische beschikbaarheid van eiwitten (i.e. meer lactoglobuline verteerd).
  • Licht verteerbaarheid van geitenmelk (i.e als geheel).
  • Hoger gehalte aan oligosacchariden.

 

Baby/Peuter/Kleuter voeding

Het gebruik van geitenmelk in babyvoeding is in diverse studies onderzocht. Alhoewel er wel theoretische indicaties zijn dat geitenmelk baby-/kleutervoeding beter is dan koemelk baby-/kleutervoeding, is de conclusie van de EFSA dat er geen significant verschil is in groei, gewicht, lengte en hoofdomtrek tussen zuigelingen met een koemelkeiwitbron vs. geitenmelkeiwitbron.
De EFSA heeft geiteneiwit als toegestane eiwitbron opgenomen in de nieuwste wetgeving voor babyvoeding.

Bron: EFSA Journal 2012; 10(3):2603

 

Er zijn diverse studies gepubliceerd dit een indicatie geven dat zuigelingen die worden gevoed met een babyvoeding op basis van geit een ontlasting hebben die qua frequentie en samenstelling dichter ligt bij die van baby’s die worden gevoed met moedermelk. Ouders bevestigen dat hun baby’s meer tevreden zijn met een voeding op basis van geitenmelk.

Bron: Lowdon 2014 Family Health: https://www.jfhc.co.uk/goat-milk-measure-formulas
Zhou et al, 2014 British Journal of Nutrition (2014), 111, 1641-1651

 

De volgende eigenschappen van geitenmelk maken het geschikt voor toepassing in baby/kleuter voeding:

  • Hoger gehalte aan oligosacchariden.
  • Betere biologische beschikbaarheid van microvoedingsstoffen.
  • Betere biologische beschikbaarheid van eiwitten (i.e. meer lactoglobuline verteerd).
  • Licht verteerbaarheid van geiteneiwit.
  • Licht verteerbaarheid van geitenmelk (i.e. als geheel).